Sinds 1 januari 2020 zijn drie nieuwe wetten in werking getreden over de psychiatrische patiënt die zorg nodig heeft en die niet (altijd) vrijwillig accepteert: 1) de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), 2) de Wet zorg en dwang (Wzd) en 3) de Wet forensische zorg (Wfz). Deze drie wetten vervangen de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) en deels ook wetgeving uit het strafrecht (onder andere art. 37 Wetboek van Strafrecht).
Deze verdiepingscursus behandelt vooral de Wvggz en Wzd. Ze zijn beide het resultaat van een lang en grillig wetgevingsproces waardoor er veel onduidelijk is bij de uitleg en toepassing. Al op 29 oktober 2020 is een Spoedreparatiewet in werking getreden en op 8 december 2020 is een nieuw voorstel voor wetswijziging ingediend. Dit voorstel is bedoeld om: “(…) administratieve handelingen in beide wetten te vereenvoudigen, alsook om enkele technische onvolkomenheden te herstellen”. Dit voorstel is op 28 september 2021 door de Eerste Kamer aangenomen en op 13 oktober in het Staatsblad (2021, 468) gepubliceerd. De inwerkingtreding is nog niet bepaald. De Wzd en Wvggz verschillen enorm van elkaar. De Wzd lijkt het meest op de BOPZ, maar wijkt toch nog behoorlijk daarvan af. De Wvggz vraagt om de meeste toelichting, zo blijkt ook uit de jurisprudentie. Gelukkig hebben de jurisprudentie, nieuwe wetgeving en de praktijk al meer duidelijkheid gebracht.
De cursus is bedoeld voor diegenen die al zijn ingevoerd in de Wzd en Wvggz en daarin een verdieping willen aanbrengen. Ik heb gekozen voor onderwerpen die in de praktijk tot veel discussie leiden of hebben geleid. Dit heeft deels te maken met de onduidelijkheid in de wet en de omgangswijze met de dilemma’s die samenhangen met deze onduidelijkheid (praktisch of formeel-juridisch) en deels met dilemma’s die voortvloeien uit de taakopvatting van rechters en advocaten. Wat staat voorop: het belang van de patiënt bij rechtsbescherming of het belang van de patiënt bij adequate zorg?
De beschreven casus in de hoofdstukken vormen een illustratie van bedoelde dilemma’s en van het soort zaken waarin de dilemma’s zich voordoen. Ze bieden tevens stof om na te denken wat de advocaat zelf zou doen. Onder de casus worden de relevante en aanverwante juridische thema’s besproken.
De onderwerpen en de casus gaan dwars door de Wzd en de Wvggz heen, om op die manier de verschillen (en overeenkomsten) duidelijker te krijgen.
Leerdoelen
- Na afloop van deze juridische nascholing:
heeft u meer inzicht in de systematiek en voor de praktijk belangrijke begrippen van de Wzd en Wvggz; - heeft u meer inzicht in de verschillen en overeenkomsten tussen de Wvggz en Wzd;
heeft u meer inzicht in de beoordelingscriteria die een rechter moet toepassen bij de beoordeling van een zaak; - heeft u meer zicht op de rechtsbescherming van de psychiatrische patiënt.