Door toenemende grensoverschrijdende mobiliteit groeit het aantal internationale familie(vermogens)rechtelijke kwesties gestaag. Denk aan echtscheidingen tussen partners met verschillende nationaliteiten of situaties waarin een ouder na echtscheiding met de kinderen wil remigreren. Deze kwesties roepen fundamentele IPR-vragen op die voorafgaand aan een inhoudelijke behandeling moeten worden beantwoord: welke rechter is bevoegd, welk recht is van toepassing, en wat zijn de mogelijkheden tot erkenning van rechterlijke beslissingen en eventuele tenuitvoerlegging daarvan in andere landen?
De IPR-regelgeving is de afgelopen decennia aanzienlijk uitgebreid op zowel internationaal, Europees als nationaal niveau. Voor de advocaat betekent dit een complex juridisch speelveld waarin het essentieel is de juiste route te vinden naar de internationaal bevoegde rechter en het toepasselijke recht.
Deze cursus richt zich op het IPR binnen drie praktijkrelevante thema’s in het personen- en familierecht: (1) echtscheiding, (2) ouderlijke verantwoordelijkheid (gezag, omgang), en (3) huwelijksvermogensrecht. Vanwege de beperkte cursusomvang worden de laatste twee thema’s enkel op hoofdlijnen behandeld en staan alleen de IPR-vragen naar de internationale bevoegdheid en het toepasselijk recht centraal.
Deze juridische nascholing bestaat uit de volgende onderdelen:
- Blok A Echtscheiding
- Blok B Ouderlijke verantwoordelijkheid (gezag, omgang)
- Blok C Huwelijksvermogensrecht
Leerdoelen
Na afloop van deze juridische nascholing:
- heeft u een goed begrip van de regels en jurisprudentie op een aantal belangrijke onderdelen van het internationaal familie(vermogens)recht;
- bent u in staat op systematische en correcte wijze de verschillende internationale, Europese en nationale bronnen van het internationaal privaatrecht te gebruiken en;
- bent u in staat aan de hand daarvan een complexe casus op het terrein van het internationaal familie(vermogens)recht te analyseren.
