Het recht van de Europese Unie speelt een steeds grotere rol in de nationale rechtspraktijk en is van toepassing op de meeste Nederlandse rechtsgebieden. Als gevolg daarvan worden ook de Unierechtelijke grondrechten steeds relevanter. Sinds 1 december 2009 is het Handvest van de grondrechten van de EU (hierna: EU-Handvest) juridisch bindend voor de instellingen van de EU en voor de lidstaten van de EU wanneer zij het EU-recht ten uitvoer brengen. In artikel 6 lid 1 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) is nu opgenomen dat “de Unie de rechten, vrijheden en beginselen erkent die zijn opgenomen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie […], dat dezelfde juridische waarde als de Verdragen heeft.” Het EU-Handvest behoort daarmee tot het primaire recht van de EU.
Het EU-Handvest bevat een breed scala aan grondrechten; in totaal vijftig. Ten opzichte van internationale mensenrechtenverdragen, zoals het EVRM, kunnen de EU-grondrechten aanvullende bescherming bieden ten opzichte van bestaande mensenrechtenverdragen.
Het EU-Handvest is, anders dan het EVRM, niet zonder meer van toepassing in alle zaken waarin het Unierecht wordt toegepast. De toepasselijkheid van het EU-Handvest wordt per zaak beoordeeld. Deze cursus gaat in op de ontstaansgeschiedenis van het systeem van grondrechten in de Europese Unie en de verschillende rechtsbronnen zoals het EVRM en de constitutionele tradities in de lidstaten. Vervolgens wordt het EU-Handvest geanalyseerd. Naast een algemene bespreking van de systematiek van het EU-Handvest en de materiële rechten die erin zijn vastgelegd, wordt aandacht besteed aan het toepassingsgebied (art. 51 lid 1), de mogelijkheid van beperkingen (art. 52 lid 1), het (beoogde) beschermingsniveau en de relatie met het EVRM (art. 52 lid 3).
Deze cursus bestaat uit de volgende blokken:
- Blok A Systematiek EU-Handvest
- Blok B Reikwijdte EU-Handvest
- Blok C Verhouding EVRM-EU-Handvest, constitutionele tradities en beginselen
- Blok D Beperkingen grondrechten
Leerdoelen
Na afloop van deze juridische nascholing:
- heeft u kennis van en inzicht in het systeem van grondrechten in de Europese Unie en de verschillende rechtsbronnen van grondrechten die daarin een rol spelen;
- heeft u geleerd hoe u op basis van artikel 51 lid 1 van het EU-Handvest beoordeelt of het EU-Handvest van toepassing is in een concrete zaak;
- heeft u kennis en inzicht van de grondrechten die zijn opgenomen in het EU-Handvest;
- heeft u kennis van de verhoudingen tussen het EU-Handvest en het EVRM.
